DIAGNOSE EN BEHANDELINGEN...........
| volgende | index | vorige |
Voor
de diagnose van PD zijn artsen nog steeds aangewezen op het klinisch waarnemen
van de symptomen zoals zwelling, verkleuring, temperatuurverschil ten opzichte
van het andere lidmaat, pijn en functiebeperking en toename van de symptomen
na belasting en oefeningen. Het verhaal van de patiënt over zijn pijn
en beperkingen en de verdere anamnese zijn, samen met de symptomen, van
belang om tot de diagnose van PD te komen.
Röntgenfoto's
of een botscan geven onvoldoende diagnostische waarde om PD vast te stellen.
Er is nog geen ander specifiek onderzoek, zoals bloedonderzoek of ander
laboratoriumonderzoek, om PD aan te tonen.
Behandeling
Het
is van groot belang dat posttraumatische dystrofie in een vroeg stadium
wordt vastgesteld. De weefselschade door de zuurstofradicalen (die worden
om een of andere reden teveel gevormd) neemt elke dag toe en vroege diagnose
en behandeling kunnen verergering mogelijk voorkomen.
Er zijn
behandelingen waarbij patiënten en artsen aangeven dat deze aanslaan
en de PD tot rust brengt of verbetert. Helaas is er echter nog geen behandeling
waarbij alle patiënten baat hebben. In overleg tussen arts en patiënt
zal gekozen worden voor een specifieke behandeling. Op grond van een consensus
meeting is door een groot aantal medisch specialisten en andere behandelaars
die zeer veel ervaring hebben met behandeling en onderzoek van posttraumatische
dystrofie, een behandelingsprotocol geformuleerd. Dit uitgebreide protocol
vindt u hier (klik).
Hieronder
staat een korte versie met wat soms wat meer achtergrondinformatie voor
de patiënt.
In de
acute fase van PD bestaat de behandeling uit:
Ontstekingsremmers;
de zogenaamde Scavengers
Door
deze middelen nemen de ontstekingsreacties af en de zuurstofopname in het
PD-gebied verbetert. Zeer veel patiënten reageren positief op deze
behandelingen.
N-Acetylcysteïne
(bruistablet) 600 mg 3x daags gedurende zes tot acht weken.
DMSO
(Dimethylsulfoxide) in spray of zalf. Dit wordt lokaal 5x daags op de huid
toegepast. Na 10 minuten verwijderen (dit kan het beste gebeuren met bijv.
Natusan-doekjes). Bij huidirritatie de concentratie verlagen naar 25%.
De creme maximaal 3 maanden voorschrijven. Contra-indicatie: huidgebied
met infectie of wonden. Vervolgens DMSO afbouwen naar 3x daags, en verder
tot stop in enkele weken.
Bij
ernstige dystrofie: Intraveneus (via infuus in gezonde extremiteit of liever
via de lange lijn): Mannitol 10% 1000 ml continu over 24 uur. Indien intraveneus
wordt hieraan 1000 E Heparine toegevoegd gedurende 7 dagen.
Vaatverwijding
Bij
koude dystrofie wordt medicatie gegeven zoals Isoptin of Ketensin, om de
doorbloeding te verbeteren en het zuurstofaanbod te verhogen. Wanneer deze
medicatie onvoldoende effect heeft, wordt wel overgegaan tot sympathicus
blokkade. De ervaringen zijn echter zeer verschillend.
Relatieve
rust en bewegen
Gebruik
van het aangedane lidmaat dient waar mogelijk gestimuleerd te worden. Overbelasting
en te veel oefenen waarbij heftige reacties komen die lang aanhouden, moeten
vermeden worden. Hierbij kan de pijngrens, afhankelijk van het therapiedoel
en het stadium van de klacht, als richtlijn dienen.
Bewegen
is wel erg belangrijk om verdere complicaties te voorkomen.
Behandeling
van pijnpunten
Belangrijk
is na te gaan of er misschien een lokale oorzaak aanwezig is in het betreffende
lidmaat voor de PD. Immers een reeks omstandigheden kan leiden tot een
vicieuze cirkel van pijn, zwelling, functieverlies, meer pijn.
Indien
er een botbreuk aanwezig was, moet nagegaan worden of deze geheeld is.
Indien
er een bacteriële ontsteking is, moet deze adequaat behandeld worden
Indien
er een pijnlijk zenuwgezwelletje aanwezig is in een litteken van een wond
of operatie moet dit behandeld worden.
Na een
botbreuk of bandletsel kan in een litteken een pijnpunt aanwezig zijn.
Spalken
Door
de sterk verminderde spierkracht en uithoudingsvermogen is bij een PD van
de hand een cock-up-spalk aan te meten. Spalken worden verder als steun
gegeven bij motorische onrust, dwangstand of als bescherming bij hyperpathie
(overgevoeligheid voor pijnprikkels). Spalken dienen niet de gehele dag
gedragen te worden.
Behandeling
van spierkrampen
De hinderlijke
spierkrampen kunnen geremd worden door het innemen van poeders met Magnesiumsulfaat
3x daags 200 mg. Wanneer geen succes optreedt: blacofen of hydrokinine.
Pijnbestrijding
Pijnbestrijding
bij PD is erg moeilijk en niet iedereen heeft goed resultaat bij de medicatie
en diverse behandelingen die met name in de chronische fase worden gegeven.
In de
acute fase van de dystrofie en ook wanneer de ontstekingsverschijnselen
en pijn later weer optreden, komen de volgende medicijnen in aanmerking:
NSAID's
niet-steroïde anti-inflammatoire analgetica(pijnstillers)
Deze
middelen hebben een pijnstillende, ontstekingsremmende en koortswerende
werking. Enkele soorten zijn:
acetylsalicylzuur
ibuprofen
naproxen
voltaren
De vereniging
heeft een uitgebreide brochure over pijnbestrijding, waaruit u een gedeelte
hier kunt nalezen.
Bestrijding
van hyperesthesie (overgevoeligheid voor pijn)
Hyperesthesie
uit zich in een overmatige gevoeligheid voor pijnprikkels. Elke aanraking,
hoe zacht ook, veroorzaakt een zeer pijnlijke ervaring. De overgevoeligheid
voor pijn ofwel de zogenaamde aanrakingspijn die veelal in een later stadium
optreedt, wordt wel bestreden met anti-depressiva of anti-epileptica, omdat
deze medicijnen inwerken op pijn.
Behandeling
van chronische pijn
Bij
chronische pijn worden ondermeer de volgende behandelingen toegepast:
TENS:
transcutane
electrische neuro stimulatie
Hierbij
vindt via elektroden die op de huid zijn geplakt, stimulatie van zenuwen
plaats door afgifte van elektrische stroompjes uit een klein apparaatje.
De patiënt kan dit zelf bedienen en het op een hoge of lagere frekwentie
zetten alnaar de behoefte aan pijndemping.
Sympathicusblokkade
Hierbij
worden pijnsignalen naar de hersenen onderbroken. Voor behandeling van
pijn in de arm/hand vindt blokkade van het ganglion stallatum (een stervormig
zenuwknopje, gelegen bij de zevende nekwervel in de hals) plaats. Bij behandeling
van pijn in het been vindt lumbale (onder in de rug op de hoogte van de
lendewervels) sympathicus blokkade plaats.
Afhankelijk
van de ervaring bij een proefblokade, wordt al dan niet overgegaan tot
een definitieve blokkade. De prikkeloverdracht kan door een injectie met
een lokaal anestheticum worden stilgelegd waardoor tijdelijk de zenuw wordt
geblokkeerd. Bij een definitieve blokkade wordt de zenuw met een naald
opgewarmd, waardoor deze minder pijnprikkels doorgeeft.
De behandeling
zorgt voor een betere doorbloeding en vermindering van pijn.
ESES:
epidurale
spinale electro stimulatie
Bij
ernstige pijn waarop andere behandelingen geen effect hebben gehad, kan
Epidurale Spinale Electro Stimulatie (ESES) worden gegeven. Wetenschappelijk
onderzoek wijst uit dat ESES een waardevolle behandeling is bij ernstige
chronische pijn.
Een
elektrode wordt via een ruggeprik langs het ruggemerg geplaatst. De elektrode
wordt aangesloten op een pacemaker die regelmatig pulsen afgeeft. Als de
patiënt goed reageert op een proef, worden de elektrode en de pacemaker
onderhuids geïmplanteerd.
Epidurale
en spinale pijnmedicatie met infuus
In de
directe nabijheid van het ruggenmerg wordt een katheter (een dun slangetje)
geplaatst in de epidurale of spinale ruimte. Via een pompje kunnen medicijnen
worden toegediend.
Specifieke
behandelingen:
Infuus
met baclofen: bij dystonie (verkramping van spieren waardoor de hand of
voet een andere stand krijgt)
infuus
met ketansin en carnitine
Revalidatieprogramma
Voor
patiënten met chronische pijn wordt in een aantal revalidatiecentra
een programma voor pijnbestrijding gegeven waarbij artsen, paramedici en
gedragswetenschappers zijn betrokken.
Fysio-ergotherapie
Deze
beide therapieën worden gegeven om herstel van vaardigheden te krijgen
en vermindering van pijn. Bij fysiotherapie wordt met behulp van verschillende
technieken geoefend om tot verbetering van bewegen te komen. Ook worden
massagetherapie of andere technieken om de pijn te verminderen, toegepast.
Ergotherapie is er vooral om de vaardigheden die bij het dagelijks leven
horen, zoals lichamelijke verzorging, koken, afwassen etc. op een andere
manier aan te leren. Diverse hulpmiddelen kunnen hierbij uitkomst bieden.
Fysiotherapie en ergotherapie kennen ook programma's om de pijn te bestrijden
en gevoel te verbeteren.
Ondersteuning
en advisering
Posttraumatische
dystrofie is erg onvoorspelbaar en kan een grote, vooral negatieve, invloed
op patiënten en hun omgeving hebben. Dit kan gepaard gaan met onbegrip,
met verdriet of boosheid. Soms moeten er aanpassingen in huis komen of
op het werk. Het kan zijn dat begeleiding van de patiënt en partner/gezin
gewenst. Omgaan met pijn of handicap kan de een gemakkelijker afgaan dan
de ander. Niemand is hetzelfde. Als genezing (voorlopig) uitblijft is het
van belang dat de ziekte wordt geaccepteerd en dat een weg wordt gevonden
om ermee om te gaan. Daarbij kan hulp van een psycholoog of maatschappelijk
werker soms gewenst zijn. Dat betekent niet dat PD psychisch is maar dat
deze chronische en pijnlijke aandoening een enorme impact op mensen kan
hebben.
Door
het vele onbegrip rond het ziektebeeld PD dient de patiënt en zijn
omgeving uitvoerig ingelicht te worden over de aard van de klachten en
beperkingen.